Bij de installatie van een laadpaal voor elektrisch laden is het aanpassen van de elektrische installatie een cruciale stap die vaak onderschat wordt. De meterkast moet voldoen aan specifieke veiligheidseisen en over voldoende capaciteit beschikken om het laden veilig en efficiënt te laten verlopen. Deze aanpassingen variëren van het toevoegen van een aparte groep met aardlekschakelaar tot mogelijk een complete verzwaring van de netaansluiting, afhankelijk van het huidige systeem en de gewenste laadcapaciteit.
Wat moet er precies aangepast worden in je meterkast voor een laadpaal?
Voor een veilige laadpaalinstallatie moet de meterkast worden uitgebreid met een aparte groep, een aardlekschakelaar type B voor 3-fase aansluitingen, en mogelijk een uitbreiding van de groepenkast. Deze aanpassingen zijn essentieel omdat elektrisch laden een continue hoge stroombelasting veroorzaakt die anders kan leiden tot overbelasting van bestaande groepen.
De belangrijkste aanpassing is het installeren van een aparte groep specifiek voor de laadpaal. Dit voorkomt dat andere apparaten in het gebouw worden beïnvloed tijdens het laden en zorgt voor optimale veiligheid. Bij 3-fase installaties is volgens NEN 1010:2020 een aardlekschakelaar type B verplicht vanwege de mogelijke gelijkstroomlekken die kunnen optreden bij moderne elektrische voertuigen.
Vaak is ook uitbreiding van de groepenkast noodzakelijk wanneer er onvoldoende vrije posities beschikbaar zijn. De installateur controleert daarnaast of de hoofdzekering en aansluitwaarde toereikend zijn voor de extra belasting. Bij oudere installaties kan het nodig zijn om de complete groepenkast te vervangen om aan de huidige veiligheidsnormen te voldoen.
Heb je een 1-fase of 3-fase aansluiting nodig voor elektrisch laden?
Een 3-fase aansluiting is sterk aan te raden voor zakelijke laadinfrastructuur omdat deze tot 22 kW laadvermogen mogelijk maakt, terwijl 1-fase beperkt blijft tot maximaal 3,7 kW. Voor bedrijven met meerdere laadpunten of een wagenpark is 3-fase essentieel om acceptabele laadtijden te realiseren en toekomstige groei mogelijk te maken.
Het verschil in laadsnelheid is aanzienlijk: waar een elektrische bedrijfswagen met een 60 kWh batterij ongeveer 16 uur nodig heeft om volledig te laden op 1-fase, duurt dit met 11 kW op 3-fase slechts 5,5 uur. Voor professionele laadoplossingen met meerdere gebruikers wordt daarom standaard uitgegaan van 3-fase installaties met load balancing mogelijkheden.
Het upgraden van 1-fase naar 3-fase vereist aanpassingen in de meterkast en mogelijk ook bij de netaansluiting. De investering loont zich echter snel terug door de verhoogde flexibiliteit en kortere laadtijden, vooral wanneer meerdere voertuigen tegelijk moeten laden tijdens werkuren.
Wanneer is verzwaring van je netaansluiting echt noodzakelijk?
Verzwaring van de netaansluiting is noodzakelijk wanneer het totale energieverbruik inclusief laadinfrastructuur de huidige aansluitcapaciteit overschrijdt, waarbij een marge van 30% voor toekomstige groei wordt aangehouden. Dit wordt bepaald door het huidige piekverbruik, het aantal geplande laadpunten, en de verwachte gelijktijdigheid van laden.
Een realistische berekening gaat uit van gemiddeld 4 kW vermogen per laadsessie in plaats van het maximale laadvermogen, omdat voertuigen zelden continu op vol vermogen laden. Bij 10 laadpunten met een gelijktijdigheidsfactor van 0,7 komt dit neer op ongeveer 28 kW extra benodigd vermogen. Load balancing systemen kunnen de noodzaak voor netverzwaring vaak uitstellen of zelfs voorkomen door het beschikbare vermogen slim te verdelen.
De procedure voor netverzwaring bij netbeheerders zoals Liander, Stedin of Enexis kent een doorlooptijd van 12 tot 36 maanden. Vroeg starten met de aanvraag is daarom cruciaal. De kosten variëren sterk afhankelijk van de locatie en benodigde aanpassingen in het elektriciteitsnet.
Welke veiligheidsvoorzieningen zijn verplicht bij laadpaal installatie?
Verplichte veiligheidsvoorzieningen voor laadpaalinstallaties omvatten een aardlekschakelaar type B voor 3-fase systemen, overspanningsbeveiliging, en correcte aarding volgens NEN 1010 normen. Deze componenten zijn cruciaal voor het voorkomen van elektrocutie, brand, en schade aan voertuigen tijdens het laadproces.
De aardlekschakelaar type B detecteert zowel wisselstroom- als gelijkstroomlekken, wat essentieel is omdat moderne elektrische voertuigen gelijkstroomcomponenten kunnen lekken tijdens het laden. Voor 1-fase installaties volstaat een type A aardlekschakelaar met DC-module, behalve bij voertuigen zoals de Renault ZOE die altijd type B vereisen vanwege het ontbreken van galvanische scheiding.
Aanvullend zijn overspanningsbeveiliging en een deugdelijke aarding volgens NEN 1010 voorgeschreven. De installatie moet worden uitgevoerd door een InstallQ gecertificeerde installateur en opgeleverd met een NEN 1010 certificaat. Elke 5 jaar is een NEN 3140 inspectie verplicht om de veiligheid te blijven waarborgen.
Hoeveel kost het aanpassen van je elektrische installatie gemiddeld?
De kosten voor het aanpassen van de elektrische installatie worden bepaald door factoren zoals het type aanpassingen, de complexiteit van de bestaande installatie, en regionale verschillen in arbeidsloon. Een uitbreiding van de groepenkast, upgrade naar 3-fase, en installatiewerk vormen de hoofdcomponenten van de investering.
Voor een standaard AC 11kW laadpunt omvatten de installatiekosten typisch het installatiewerk, bekabeling, en de aansluiting op de groepenkast. Bij complexere situaties zoals een 3-fase upgrade of wanneer de groepenkast vervangen moet worden, stijgen de kosten navenant. DC snelladers vereisen substantieel hogere investeringen vanwege de zwaardere elektrische infrastructuur.
Kostenbesparing zonder concessies aan veiligheid is mogelijk door slim te plannen en toekomstige uitbreidingen direct mee te nemen. Het combineren van laadinfrastructuur met zonnepanelen en batterijopslag in één geïntegreerd systeem kan op termijn leiden tot lagere operationele kosten en een betere return on investment.
Kan elke elektricien de installatie voor een laadpaal uitvoeren?
Niet elke elektricien is gekwalificeerd voor laadpaalinstallaties; specifieke certificering en expertise in elektrische mobiliteit zijn vereist voor optimale prestaties en geldige garanties. Gecertificeerde laadpaalinstallateurs hebben specialistische kennis van OCPP-protocollen, load balancing, en de integratie met energiemanagementsystemen.
Het verschil tussen een reguliere elektricien en een gecertificeerde laadpaalinstallateur ligt in de kennis van specifieke normen zoals NEN 1010:2020 voor laadinfrastructuur, ervaring met verschillende laadpaalfabrikanten, en het correct configureren van slimme laadsystemen. Een verkeerde installatie kan leiden tot suboptimale laadprestaties, veiligheidsproblemen, of het vervallen van fabrieksgaranties.
Voor zakelijke installaties is het extra belangrijk om met gecertificeerde specialisten te werken vanwege de complexiteit van meerdere laadpunten, de integratie met gebouwbeheersystemen, en de noodzaak voor MID-gecertificeerde meters bij doorbelasting aan gebruikers. Deze expertise waarborgt niet alleen een veilige installatie maar ook maximale efficiëntie en toekomstbestendigheid van de laadinfrastructuur. Wilt u zeker zijn van een professionele installatie die voldoet aan alle normen en optimaal presteert? Neem dan contact op voor advies over de beste aanpak voor uw situatie.
