Moderne EV-laadpaal gemonteerd op witte muur met meetlinten die minimale afstandszones tonen op betonnen vloer

Wat zijn de minimale ruimte-eisen voor een laadpunt?

Voor de installatie van een laadpunt heb je minimaal een parkeerplaats van 2,5 bij 5 meter nodig, plus 60-80 cm vrije ruimte rondom de laadpaal voor veilige toegang en kabelbeheer. Een wandlaadpunt vraagt minder ruimte dan een vrijstaande laadpaal, maar beide hebben toegang nodig voor onderhoud en gebruikers. De technische installatie vraagt extra ruimte voor bekabeling, meterkast en eventuele uitbreidingen, zoals batterijopslag of transformatoren bij snelladers.

Hoeveel ruimte heb je nodig voor één standaard laadpunt?

Een standaard laadpunt vraagt een parkeervak van minimaal 2,5 bij 5 meter, waarbij je rondom de laadpaal 60-80 centimeter vrije ruimte moet houden. Deze ruimte is nodig voor veilige installatie, onderhoud en dagelijks gebruik. Bij een vrijstaande laadpaal reken je op een voetplaat van ongeveer 30 x 30 cm, terwijl de paal zelf meestal 20-25 cm breed is.

Voor wandlaadpunten heb je aanzienlijk minder ruimte nodig. Deze monteer je direct aan een muur of paal, waardoor je geen extra vloeroppervlak kwijt bent. De laadkabel heeft wel een bewegingsruimte nodig van minimaal 4 meter om comfortabel alle hoeken van een voertuig te bereiken. Denk ook aan de hoogte: wandlaadpunten hang je op 100-140 cm voor optimale bereikbaarheid.

De kabelgoot vanaf de meterkast naar het laadpunt vraagt ook ruimte. Reken op een sleuf van 40-60 cm diep en 20 cm breed voor de bekabeling. Bij meerdere laadpunten kun je kabels bundelen in dezelfde goot, wat ruimte bespaart.

Wat zijn de ruimte-eisen voor meerdere laadpunten naast elkaar?

Voor een laadplein met meerdere laadpunten houd je minimaal 3 meter afstand tussen de laadpalen aan voor comfortabel manoeuvreren. De ideale opstelling is haaks parkeren met laadpalen tussen twee parkeerplaatsen, zodat één paal twee auto’s kan bedienen. Dit bespaart ruimte en installatiekosten.

Bij een rij van 10 parkeerplaatsen met 5 dubbele laadpunten heb je dus een oppervlakte nodig van ongeveer 25 bij 20 meter. Dit is inclusief een rijbaan van 6 meter breed voor tweerichtingsverkeer. Voor eenrichtingsverkeer volstaat 4 meter, wat je totale ruimtebehoefte met 10% vermindert.

De manoeuvreerruimte tussen geparkeerde voertuigen is belangrijk voor de gebruiksvriendelijkheid. Houd minimaal 60 cm tussen auto’s aan voor het openen van deuren en het aansluiten van laadkabels. Bij intensief gebruik, zoals bij bedrijfslocaties, vergroot je dit naar 80-100 cm voor extra comfort.

Welke extra ruimte is nodig voor de technische installatie?

De technische ruimte voor AC-laadinfrastructuur (tot 22 kW) is beperkt tot een uitbreiding van je meterkast met 2-4 groepen per laadpunt. Voor 10 laadpunten reken je op een extra kastmodule van 60 x 80 cm. DC-snelladers vragen substantieel meer ruimte: een transformatorstation van minimaal 3 x 3 meter plus een power unit van 2 x 1 meter.

Voor batterijopslag reserveer je 10-15 m² per 100 kWh opslagcapaciteit. Een typisch bedrijf met 10 laadpunten en 200 kWh batterijopslag heeft dus 20-30 m² technische ruimte nodig. Deze ruimte moet geventileerd zijn en toegankelijk voor onderhoud, met minimaal 80 cm vrije werkruimte rondom de apparatuur.

Bekabelingsroutes van meterkast naar laadpunten kunnen ondergronds of bovengronds worden aangelegd. Ondergronds is netter, maar vraagt graafwerk. Bovengronds via kabelgoten aan plafond of muur bespaart graafkosten, maar vraagt 15-20 cm hoogte- of wandruimte. Plan routes zo kort mogelijk om kabelverliezen en kosten te minimaliseren.

Hoe bereken je de optimale indeling voor jouw parkeerterrein?

Start met het in kaart brengen van je huidige parkeerterrein, inclusief rijroutes, in- en uitgangen en bestaande obstakels, zoals verlichtingspalen of bomen. Plaats laadpunten bij voorkeur dicht bij de elektrische aansluiting om bekabelingskosten te beperken. Een vuistregel: elke 10 meter extra kabel verhoogt de installatiekosten met enkele honderden euro’s.

Voor de beste gebruikservaring plaats je laadpunten op logische locaties: dicht bij ingangen voor bezoekers, of juist verder weg voor langparkeerders, zoals werknemers. Vermijd plaatsing in scherpe bochten of smalle doorgangen waar manoeuvreren lastig is. Denk ook aan toekomstige uitbreiding: reserveer ruimte en lege leidingen voor 30% extra laadpunten.

Bij bestaande parkeerterreinen kun je vaak slimmer indelen door haaks parkeren om te zetten naar schuin parkeren (45 graden). Dit levert 15-20% meer parkeerplaatsen op binnen dezelfde oppervlakte, waarbij je de gewonnen ruimte voor laadinfrastructuur gebruikt. Let wel op de nieuwe rijrichting en zichtlijnen voor de verkeersveiligheid.

Wat zijn de wettelijke eisen voor toegankelijkheid bij laadpunten?

Voor openbare en semi-openbare laadlocaties gelden strikte toegankelijkheidseisen. Minimaal 5% van je laadpunten moet geschikt zijn voor mindervaliden, met parkeerplaatsen van 3,5 meter breed. De bedieningselementen plaats je tussen 90 en 120 cm hoogte, bereikbaar vanuit een rolstoel, met een vrije draaicirkel van 1,5 meter.

De doorgang naar mindervalide laadpunten moet minimaal 1,2 meter breed zijn, zonder obstakels. Het oppervlak moet vlak en stroef zijn, ook bij nat weer. Hellingen mogen maximaal 1:20 zijn (5%) over korte afstanden. Bij steilere hellingen zijn leuningen en rustplateaus verplicht volgens het Bouwbesluit.

Veiligheidsvoorschriften schrijven voor dat laadpunten minimaal 60 cm van rijbanen af staan ter bescherming tegen aanrijding. In parkeergarages houd je 2,3 meter vrije hoogte aan voor bestelwagens. Noodstopvoorzieningen moeten zichtbaar en bereikbaar zijn binnen 5 meter van elk laadpunt, met duidelijke pictogrammen en eventueel braille voor visueel beperkten.

Hoeveel ruimte bespaar je met slimme laadoplossingen?

Slimme laadoplossingen met load balancing besparen vooral technische ruimte, doordat je geen zwaardere netaansluiting nodig hebt. Waar traditioneel 10 laadpunten van 11 kW een aansluiting van 110 kW vragen, volstaat met dynamische verdeling vaak 40-60 kW. Dit scheelt een complete transformatorruimte van 10-15 m².

Dubbele laadpunten waarbij één paal twee parkeerplaatsen bedient, halveren het aantal benodigde palen. Dit bespaart niet alleen 50% installatieruimte, maar ook graafwerk en bekabeling. Plafondmontage in parkeergarages elimineert vloerruimte volledig: de laadkabels hangen aan kabelhaspels die je naar beneden trekt bij gebruik.

Gedeelde laadinfrastructuur, waarbij meerdere gebruikers slim delen, vermindert het totale aantal benodigde laadpunten met 30-40%. Dit werkt uitstekend op locaties met verschillende gebruikstijden, zoals kantoren (overdag) en woonlocaties (avond). De combinatie van deze slimme oplossingen kan je totale ruimtebehoefte met wel 60% verminderen, terwijl je dezelfde laadcapaciteit biedt. Bij vragen over de optimale configuratie voor jouw situatie, neem dan contact op voor persoonlijk advies over ruimtebesparing en slimme laadoplossingen.

Gerelateerde artikelen